Morgen loop ik de Kesseloop.
Een nieuwe loop in Kessel-Lo, zowat op mijn eigen terrein, en eentje die ik zowaar ook een beetje sponsor.
Dat maakt het niet noodzakelijk makkelijker om hem gewoon als training te bekijken.
Er is iets aan een startnummer, andere lopers en een officiële finish waardoor een tempo dat op training perfect normaal voelt, plots wat traag begint aan te voelen. Zeker wanneer de benen goed zijn.
Alleen is sneller lopen morgen net niet de bedoeling.
Ik zit in de taper en de Kesseloop hoort voor mij gewoon een hersteltraining te zijn. Zoals bij zoveel rustige trainingen zit de winst hier net in niet meer doen dan nodig. Gestaag lopen, beheerst blijven en het tempo rond 5:00 per kilometer houden.
Dat klinkt op papier eenvoudig.
Tot iemand voor je net iets sneller loopt. Tot een groepje wegloopt. Tot je na een paar kilometer merkt dat het allemaal makkelijk gaat en begint te denken dat 4:50 eigenlijk ook nog rustig is.
Zo schuift een training vrij snel op zonder dat je daar echt voor gekozen hebt.
Morgen zit de training daarom waarschijnlijk minder in het lopen zelf dan in het niet reageren op alles wat rond mij gebeurt. Geen positie verdedigen. Niet versnellen omdat het kan. En ook niet in de laatste kilometers alsnog willen weten wat er nog in zit.
De beste uitkomst is dus niet dat ik sneller loop dan gepland. Wel dat ik over de finish kom en het gevoel heb dat ik nog makkelijk verder kon.
Niet bijzonder spectaculair voor een wedstrijd.
Voor een hersteltraining in de taper wel ongeveer perfect.
Morgen eens kijken of ik me daar ook aan kan houden.